Een volle thuisbatterij is geen doel op zich in de winter: vijf aandachtspunten
In dit artikel:
Een thuisbatterij die in de winter vaak bijna leeg is, hoeft niet defect te zijn. Kortere dagen leveren minder zonnestroom op en verwarming en andere apparaten kunnen de opgewekte stroom direct verbruiken. Daardoor blijft er soms weinig overschot over om de batterij te laden. Ook lage temperaturen kunnen het laden beperken, afhankelijk van het model. Huiseigenaren doen er daarom goed aan de opwekking, het verbruik en de teruglevering over dezelfde perioden te vergelijken en de handleiding, temperatuurmetingen en meldingen van het systeem te controleren. Zelf isolatie aanbrengen of beveiligingen omzeilen wordt afgeraden.
Laden met goedkope stroom uit het net is alleen voordelig als het prijsverschil groot genoeg is om omzettingsverliezen, extra verbruik en batterijslijtage te compenseren. In het gegeven rekenvoorbeeld kost een later opnieuw beschikbare kilowattuur ongeveer 23,5 eurocent wanneer stroom voor 20 cent wordt geladen bij een rendement van 85 procent. Bij een alternatief tarief van 24 cent blijft dan maar een klein voordeel over.
Extra batterijcapaciteit maakt in de winter geen extra zonnestroom beschikbaar en kan onbenut blijven als de bestaande batterij al moeilijk vol raakt. Uitbreiding kan wel zinvol zijn wanneer de batterij regelmatig vol is terwijl er stroom wordt teruggeleverd, of wanneer voordelig netladen goed kan worden aangestuurd. Daarbij moeten ook het avond- en nachtverbruik en het leveringsvermogen worden bekeken.
Voordat een batterij wordt uitgeschakeld, moeten gebruikers de bedrijfsmodus, ingestelde noodreserve, tarieven en opslagvoorschriften controleren. Een tijdelijke winterpauze kan soms mogelijk zijn, maar alleen volgens de fabrieksinstructies en zonder langdurige diepe ontlading. Het belangrijkste is niet dat de app altijd 100 procent toont, maar hoeveel bruikbare stroom en financiële besparing na alle verliezen overblijft.
Vandaag Inside: Wilfred Genee grijpt in tijdens nieuw gesprek over kleine mensen: 'Nee, nee, nee, nee!'