Kiln
In dit artikel:
Xbox-studio Double Fine breekt met de gebruikelijke Xbox-ästhetiek door een eigenzinnige multiplayergame uit te brengen: Kiln. In deze matches — Quench Matches — nemen twee teams van vier het tegen elkaar op om magische ovens te bewaken en die van de tegenstander drie keer te doven. Het onderscheidende element zijn de keramische potten die spelers zelf vormen en als personages inzetten: ze krijgen armen en benen, vervoeren water en gedragen zich afhankelijk van vorm, grootte en stevigheid. Vorm en grootte bepalen hoeveel water een pot kan dragen, hoe snel hij breekt en door welke delen van een map hij kan bewegen; een klein potje kan bijvoorbeeld nuttiger zijn in nauwe doorgangen.
Spelers mogen vooraf drie zulke potten meenemen, wat aanvankelijk voldoende lijkt omdat Kiln bij launch slechts vijf maps heeft. Die beperkte mapkeuze en het korte, simpele wedstrijdverloop maken het aanbod echter snel repetitief; de auteur raakte na een paar uur uitgespeeld. Er staan wel drie extra maps op de roadmap, maar dat weegt weinig op tegen de verwachting die hoort bij een betaalde titel (prijs: twee tientjes). Voor dat bedrag had het spel bij release aanzienlijk meer variatie moeten bieden.
Kiln toont Double Fine’s vermogen om anders te denken binnen Microsofts portfolio — vooral nu na de sluiting van Tango Gameworks is Double Fine een van de weinige Xbox-studio’s die consequent afwijkende titels maakt — maar het pakket mist de charme en diepgang van eerdere topwerken zoals Psychonauts. De pottenmaak-gimmick levert plezierige experimenten en een leuke core loop op, maar de schaarse content en korte matches maken het geheel te karig voor een volwaardige aankoop.