Review: CODE VEIN II
In dit artikel:
Code Vein 2 brengt de anime‑soulslike terug met duidelijke verbeteringen: vloeiendere combat, een sterker buddy-systeem, pittige bazen en voor het eerst een echte open wereld. Je speelt als een Revenant Hunter die zonder herinneringen ontwaakt naast Lou, je eerste metgezel. De hoofdopdracht is het confronteren of helpen van vijf grote Revenant‑bazen (de Heroes); via Lou’s tijdreisvermogen kun je hen in het verleden ontmoeten, hun motieven leren kennen en soms redden. Dat geeft meer emotionele diepgang dan het eerste deel.
Het verhaal staat op zichzelf: voorkennis van deel één is niet vereist, al blijven enkele termen aanvankelijk vaag. Visueel en technisch oogt en draait de game steviger dan zijn voorganger. De nieuwe omgevingen zijn levendig en vol dungeons, geheimen en obstakels die je kaart langzaam onthullen.
De vechtmechaniek draait om het beheer van Ichor: je balanceert reguliere aanvallen met riskante drain‑moves om je meter te vullen. Die lus voelt verslavend en veel speciale aanvallen zien er spectaculair uit. Er zijn veel wapens, maar het upgrade‑systeem nodigt minder uit tot experimenteren, waardoor veel spelers bij één vertrouwde loadout blijven. Op bouwvlak introduceert Code Vein 2 bloodcodes: kant‑en‑klare build‑presets die het kiezen en wisselen van rollen eenvoudiger maken—een vorm van handvatten die sommige soulsfans als vermindering van vrijheid kunnen zien, maar die voor anderen fijne gebruiksvriendelijkheid brengt.
De open wereld is een grote stap vooruit: variatie, levendigheid en de nieuwe motor geven een gevoel van vrijheid. Tegelijk zijn de navigatie en het waypoint‑systeem soms onduidelijk, wat leidt tot desoriëntatie en frustrerende momenten (zoals onverwacht een ravijn inrijden). Kortom: Code Vein 2 is aanzienlijk leuker en meer afgerond dan het origineel, met duidelijke potentie en enkele smetplekken — vooral in navigatie en item‑systeem — maar overall een overtuigende verbetering.