Review: Exit 8
In dit artikel:
In oktober liep de auteur urenlang door de Japanse metro en zag daar veel reclames voor Exit 8, een filmadaptatie van de game The Exit 8; later trof hij de film alsnog bij IFFR en ging kijken. The Exit 8 is een bekende anomaly‑spotting horrorgame: je dwaalt door een liminale, eindeloze metrogang op zoek naar uitgang acht en moet veranderingen in de omgeving herkennen—verschijnselen die het spel spanningsveld en herhaling geven, niet een traditioneel verhaal.
De recensent belicht de centrale vraag van de film: hoe vertaal je een spel dat draait om observatie en repetitie, zonder expliciet plot, naar een speelfilm? Volgens hem lukt dat bijzonder goed. De adaptatie blijft trouw aan de bron door sfeer en mechaniek te behouden in plaats van een nieuw plot te bedenken. Setdesign en detailwerk zijn overtuigend; de gangen voelen als de game maar tonen bewust Japanse elementen (advertenties enz.) en extra objecten die functioneel bijdragen zonder het minimalisme te schenden. Een slimme ingreep is dat het hoofdpersonage zelf de game begint te spelen, waardoor kijkers gaan meespelen en meedenken.
Visueel is de film sterk door cameravoering en montage: veel scènes lijken één lange take, met weinig zichtbare cuts—alleen bij flashbacks of escalerende anomalies springen harde cuts in—waardoor eindeloosheid en claustrofobie versterkt worden. De camera blijft dicht op personages, gebruikt soms POV en laat anomalies vaak in de verte opduiken, wat constante alertheid afdwingt. Het beperkte dialoogniveau legt veel gewicht op mimiek en beweging; Kazunari Ninomiya draagt de film als een verloren man, en Yamato Kôchi overtuigt als bijna mechanische wandelaar.
Kort: Exit 8 toont hoe een verhaalarme, observatiegedreven game met slimme mise‑en‑scène, strakke montage en sterk non‑verbaal acteren succesvol naar film kan worden vertaald, waarbij sfeer en spelmechaniek centraal blijven.