Stelling van de maand: GenAI-gebruik in games is per definitie een minus
In dit artikel:
Binnen de game-industrie lopen de meningen over generatieve AI sterk uiteen, maar er zijn duidelijke terugkerende thema’s: praktische voordelen, kwaliteitsrisico’s, banenverlies en ethische vragen. Verschillende ontwikkelaars en betrokkenen noemen dat ze geen principieel bezwaar hebben tegen AI, mits het gebruik transparant is. De positieve toepassingen liggen vooral bij slimmere gameplay-AI (tegenstanders en compagnons die beter reageren op spelersvaardigheid), het snel variëren van grote hoeveelheden assets (bijvoorbeeld duizenden verschillende bomen opgebouwd uit enkele basisdelen) en het genereren van veel afbeeldingen of portrait-assetsets die anders eentonig en arbeidsintensief zouden zijn. Zulke tools kunnen ontwikkeltijd verkorten en kosten besparen, wat kleinere teams helpt grotere of rijkere werelden te maken.
Tegelijkertijd is er veel scepsis over GenAI in creatieve rollen: voice acting, scripts, verhaalcontent en art kunnen volgens critici een vlak, algoritmisch karakter krijgen omdat AI op patronen uit ruwe data rekent. Dat levert soms ongeloofwaardige, ongeïnspireerde of “zielloze” output op die ongeschikt is voor het eindproduct. Voor placeholders of moodboards zien velen een rol weggelegd, maar niet als vervanging van menselijke creatie voor het definitieve spel. Fouten ontstaan ook: voorbeelden als Clair Obscur en sommige Ubisoft-projecten, waar placeholders in het uiteindelijke spel belandden, illustreren reputatierisico’s en consumententegemoetkomingen.
Een belangrijk politiek-economisch punt is dat uitgevers kostenbesparing en schaalvoordelen ruiken. Automatisering van groot deel van contentcreatie kan leiden tot minder personeel, en ontwikkelaars vrezen dat management en investeerders juist die besparingslogica volgen. Tegelijk wijzen sommigen erop dat AI praktische voordelen voor productie en zelfs cloud gaming kan brengen — mede omdat AI veel rekenkracht vereist, wat particuliere hardwareproductie beïnvloedt.
Daarnaast klinken ethische en culturele bedenkingen: creatie wordt volgens enkelen pas betekenisvol door de moeite en strijd van makers; dat aspect gaat verloren wanneer AI het creatieve proces sterk vereenvoudigt. Ook milieuaspecten worden genoemd: trainen en draaien van grote AI‑modellen vergt veel energie en water, waarmee het outsourcen van kleine taken aan datacenters niet per se duurzaam is.
De conclusie in de bijdragen is genuanceerd: AI biedt reële kansen voor betere gameplay, snellere productie en lagere kosten, maar kwaliteit, transparantie, arbeidsrechtelijke gevolgen en milieu-impact bepalen of die kansen ook echt wenselijk zijn. Beslissend zou moeten zijn of het eindproduct beter wordt en of het gebruik op verantwoorde wijze gebeurt — waarbij veel ontwikkelaars pleiten voor terughoudendheid, duidelijke grenzen en kritisch toezicht in plaats van een verbod.