Waarom Clayface moet slagen waar zoveel andere schurkenfilms faalden
In dit artikel:
Clayface wordt de derde film in het jonge DCU en zet meteen een gewaagde stap: een R-rated solofilm over een Batman-schurk die nog weinig naamsbekendheid heeft. De film lijkt losjes te leunen op de beroemde Batman: The Animated Series-aflevering “Feat of Clay”, maar dan zonder Batman zelf. Dat maakt het project interessant, maar ook risicovol, zeker na de tegenvallende bioscoopresultaten van Supergirl.
De grootste uitdaging voor Clayface is niet alleen commercieel, maar vooral inhoudelijk: hoe maak je een publiek warm voor een film die volledig draait om een slechterik? Volgens het artikel gingen eerdere schurkenfilms daar vaak de mist in. Sony’s films over Venom, Morbius, Madame Web en Kraven the Hunter maakten hun hoofdpersonages uiteindelijk meer tot antihelden dan tot echte schurken, terwijl DC’s eerdere pogingen, zoals Joker, Suicide Squad en Birds of Prey, wisselend of zwak werden ontvangen.
Clayface heeft wel troeven: de trailers zien er sterk uit, het personage is minder belast door zware verwachtingen dan Batman-iconen, en de versie van Matt Hagen lijkt een tragische, invoelbare achtergrond te krijgen. Juist daarom moet de film oppassen dat hij niet te veel leunt op Batman-referenties of Gotham-wereldbouw. De kern moet zijn dat kijkers begrijpen waarom Hagen afglijdt, zonder hem eerst tot held om te buigen. Alleen door zijn schurkenstatus echt te omarmen, kan Clayface slagen waar zoveel andere stripfilms over schurken faalden.
De Oranjezomer: Dominique Schreinemachers begrijpt verbanning Ronnie Flex en Lil' Kleine bij Vierdaagsefeesten