Wordt LEGO straks duurder door de oliecrisis in het Midden-Oosten?
In dit artikel:
De recente spanningen en militaire aanvallen in het Midden-Oosten hebben de olieprijs flink opgedreven en dat kan op termijn doorwerken in de prijs van LEGO-sets. LEGO is voor een groot deel afhankelijk van petrochemische grondstoffen: ongeveer 80% van de steentjes bestaat uit ABS-plastic, en er gaat ruwweg twee kilo ruwe olie in één kilo ABS. Het Deense bedrijf verwerkt jaarlijks tienduizenden tonnen kunststof voor miljarden blokjes, waardoor veranderingen op de oliemarkt relevant zijn voor de productiekosten.
Na de recente escalaties steeg Brent-olie boven de honderd dollar per vat, en producenten van kunststoffen melden al hogere prijzen voor grondstoffen zoals polyethyleen en PET. LEGO-CEO Niels Christiansen erkent dat een aanhoudende stijging van de olieprijs uiteindelijk de grondstofkosten — en daarmee de prijzen voor consumenten — kan opdrijven. Directe prijsverhogingen voor sets zijn echter niet meteen te verwachten: veel grondstoffen worden via langlopende contracten ingekocht, waardoor schommelingen met vertraging doorwerken.
LEGO probeert tegelijk de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verkleinen. Een deel van de gebruikte hars bestaat inmiddels uit gerecyclede of hernieuwbare materialen en het bedrijf investeert miljarden in alternatieve plastics. Historisch gezien tonen oliecrisissen (zoals die in 1973 en later rond de jaren 2000) hoe geopolitieke spanningen snel tot sterk stijgende grondstofprijzen en inflatie kunnen leiden, wat als precedent dient voor mogelijke gevolgen nu.
Kortom: het huidige conflict kan LEGO‑prijzen duurder maken, maar alleen als hogere olieprijzen langdurig aanhouden. Voor consumenten betekent dat: op korte termijn waarschijnlijk nog geen directe prijsverhoging dankzij inkoopcontracten, maar bij aanhoudende prijspieken zal de kans op hogere prijzen toenemen — voor wie bezorgd is kan nu kopen het meeste zekerheid bieden.